Verschillen tussen SC en IM
| Kenmerk | Subcutaan | Intramusculair |
|---|---|---|
| Weefsel | Onderhuids vet | Spier |
| Opname | Langzaam | Sneller |
| Volume | Klein (1–2 ml) | Groter (2–5 ml) |
| Naald | Kort | Langer |
| Gebruik | Insuline, LMWH | Vaccins, B12, depot |
Subcutaan injecteren (SC)
Wat is subcutaan injecteren?
Subcutaan injecteren betekent dat een vloeistof wordt toegediend in het onderhuidse vetweefsel (subcutis), tussen huid en spier. De opname is langzamer dan bij intramusculaire injecties.
Geschikte (SC) injectieplaatsen:
- Buik (minimaal 2–5 cm van de navel)
- Bovenbeen (voor-buitenzijde)
- Achterzijde bovenarm
- Heup/love handles
Waarom deze plekken?
- Voldoende vetweefsel
- Goede doorbloeding
- Relatief weinig grote zenuwen of bloedvaten
Welke vloeistoffen worden subcutaan toegediend?
Typische SC-medicatie:
- Insuline
- Laagmoleculairgewicht heparine (bijv. fraxiparine)
- Sommige vaccins
- Hormonen (bijv. groeihormoon)
- Biologische medicatie (bijv. reumamiddelen)
Kenmerken vloeistof:
- Kleine volumes (meestal max. 1–2 ml)
- Niet sterk irriterend
- Langzame, geleidelijke opname gewenst
Intramusculair injecteren (IM)
Wat is intramusculair injecteren?
Intramusculair injecteren betekent dat medicatie direct in de spier wordt toegediend. De spier is goed doorbloed, waardoor opname sneller verloopt dan subcutaan.
Geschikte (IM) injectieplaatsen:
Deltoid (bovenarm)
- Kleine volumes (max. ±2 ml bij volwassenen)
- Vaak gebruikt voor vaccinaties
Ventrogluteaal (heupgebied)
- Veiligste bilspier locatie
- Weinig kans op zenuwbeschadiging
- Geschikt voor grotere volumes (tot ±5 ml bij volwassenen)
Vastus lateralis (bovenbeen)
- Vooral bij kinderen
- Goed toegankelijk
Welke vloeistoffen worden intramusculair toegediend?
Typische IM-medicatie:
- Vaccins
- Vitamine B12
- Antipsychotica (depotpreparaten)
- Pijnstillers
- Antibiotica
- Corticosteroïden